Het roffelt in het beekdal

Wandelend in het beekdal hoor je regelmatig het geroffel van spechten.
Een beetje specht is de hele dag door aan het tikken, hameren en drummen. Een roffeltje hier om een territorium af te bakenen, een tikkie daar om te laten weten dat je wilt paren, een harde hamerslag voor de aanmaak van een nestholte of gewoon lekker trommelen om voedsel te zoeken. Rupsen, kevers en andere hapklare insecten tussen de schors gaan op de loop als hun ondergrond begint te trillen.

Spechten vormen een familie van kleine tot middelgrote, robuuste vogels met scherpe snavels. Spechten leven meestal in bomen en gebruiken hun scherpe snavel en lange kleverige tong om daaruit insecten los te peuteren. Ze gebruiken hun staart als steun bij het klauteren langs boomstammen.

Gereedschap

Al dat gehamer vereist natuurlijk stevig gereedschap. Daar beschikt de specht in ruime mate over. Zijn hele lijf is erop afgestemd.

Sterke snavel

Het voornaamste werktuig van de specht is zijn rechte snavel met een stevige hoornlaag en een zeer harde, beitelvormige punt. Ideaal voor het betere timmerwerk, maar ook om harde sparrenkegels mee te kraken.

Dikke schedel

Om alle klappen op te vangen beschikt de specht over een extra dikke schedel. De wand tussen de ogen is benig en het voorhoofdsbeen is verstrekt met extra beenspalkjes. Ook zitten enkele schedelspieren vast aan de snavel om het slagwerk op te vangen. Een solide constructie die koppijn voorkomt.

Dikke nekspieren

Die geven de specht kracht om hameren en te hakken en zijn tevens schokdempers. Ook het sponsachtige bindweefsel tussen snavel en schedel vangt klappen op.

Scherpe klauwen

Fungeren als ankers, met twee tenen voor en twee achter. Hiermee kan de specht zich tijdens het hameren goed vasthouden.

Stijve staart

Die geeft de specht extra steun bij het hameren.

Tong

Lang en kleverig, waardoor insecten eraan blijven kleven.

Soorten

In het Beekdal komen meerdere soorten spechten voor:

  • De grote bonte specht
  • De middelste bonte specht
  • De kleine bonte specht
  • De groene specht
  • De zwarte specht

Grote bonte specht Dendrocopos major

Grote bonte specht
Foto Karel Noy

In tegenstelling tot wat zijn naam doet vermoeden is de grote bonte specht een relatief kleine spechtensoort. Een volwassen exemplaar is doorgaans 20 tot 24 centimeter groot
De vogel is grotendeels zwart-wit, met uitzondering van een kenmerkende rode onderstaart, een rode vlek in de nek van mannetjes en een rood petje bij de jonkies. Kenmerkend is de golvende vlucht van boom naar boom, de drummende roffel en korte, schelle roep (tsjik!). In het voorjaar hakken ze een nestholte uit, liefst in zacht hout zoals dat van een berk.

De grote bonte specht roffelt als afbakening van het territorium, waarbij het mannetje aanzienlijk vaker roffelt dan het vrouwtje. Het mannetje gebruikt tijdens de paartijd zijn roffel ook om een vrouwtje te lokken. 
De roffel is korter en sneller als van andere soorten. Een roffel duurt een tot twee seconden en bestaat uit tien tot zestien slagen per seconde, die net voor het einde worden versneld.
De contactroep van de grote bonte specht is een luid metaalachtig kiek. Bij opwinding wordt de roep sneller herhaald of laat hij een tjet-tjet-tjet horen. De alarmroep is een luid kre-kre-kre. De nestholte wordt aan het einde van een kalenderjaar door het mannetje uitgehakt in een zachtere houtsoort van een volgroeide boom. Ook oude nestholtes worden soms gebruikt, al nestelt de grote bonte specht nooit in een nestkast.

Middelste bonte specht Dendrocoptes medius

Middelste bonte specht, Saxifraga – Luuk Vermeer
 

De middelste bonte specht vertoont uiterlijke overeenkomsten met de grote bonte specht, maar is iets kleiner, 20 tot 22 centimeter groot, en onderscheidt zich door een rode kruin en meer wit in zijn gezicht. In tegenstelling tot de meeste spechtensoorten hebben het mannetje en het vrouwtje vrijwel hetzelfde uiterlijk.
Hij voedt zich voornamelijk met insecten en boomsappen.

De middelste bonte specht roffelt zeer zelden, maar gebruikt vooral zijn zang om het territorium af te bakenen. De zwakke roffel bestaat uit 18 tot 30 gelijkmatige slagen en duurt ongeveer twee seconden.
De zang van de middelste bonte specht is zeer divers en veel signalen vertonen geen overeenkomst met die van andere spechten in zijn leefgebied. Met name het mannetje bakent zijn territorium af met een zang die van grote afstand te horen is en ook voor de balts wordt gebruikt. Het klinkt als een klagend en miauwend kwaah-kwaah. Bij opwinding laat de middelste bonte specht een ratelend kik-kek-kek-kek-kek-kek horen, waarbij de eerste noot het hoogste. De alarmroep lijkt op die van de merel en klinkt als een harde tjak-tjak. De middelste bonte specht laat soms ook een zacht en bedeesd kik of djuk horen.

De nestholte wordt uitgehakt in een boomstam of dikke tak van een loofboom. Doorgaans is het mannetje reeds begonnen voordat een koppel is gevormd. De bouwtijd bedraagt minstens een week, maar meestal twee tot vier weken.

Kleine bonte specht Dendrocopos minor of Dryobates minor

Kleine bonte specht, Saxifraga – Mark Zekhuis

Een mooi spechtje, nauwelijks groter dan een huismus en vrijwel geheel zwart-wit. Alleen de mannetjes dragen een klein rood petje. De anaal streek is wit en niet roze/rood zoals bij de ander bonte spechten. Een volwassen vogeltje is 10 tot 14 cm groot.
Het is een echte insecteneter die daarvoor voortdurend boomstammen afspeurt. Hakt in dood of rottend hout een nestholte uit, vaak in de takken van een boom.

Beide geslachten van de kleine bonte specht roffelen, al doet het mannetje dit meer. De roffel kan het gehele jaar door worden gehoord, maar aanzienlijk frequenter tijdens de baltsperiode. De roffel is snel en heeft een gelijkmatig tempo. Meestal worden twintig tot dertig slagen gemaakt in één à twee seconden. Kenmerkend voor de kleine bonte specht zijn ook de twee snelle roffelseries die hij regelmatig laat horen. Deze series worden kort achter elkaar gemaakt, alsof er een hapering is.
De zang is een serie van acht tot zestien hoogfrequente, fluitende kie-tonen, die aan het eind in snelheid afnemen. 

De nestholte wordt in een boomstam of in een sterke tak uitgehakt, meestal in zacht, dood hout. Dit duurt een tot twee weken. Soms wordt een oude nestholte of een natuurlijke boomholte gebruikt.

Groene specht  Picus viridis

Groene specht
Foto Karel Noy

De groene specht is een relatief grote specht. Een volwassen groene specht heeft een lichaamslengte tussen de 31 en 34 centimeter. 
De fraai getekende specht heeft een grijsgroene rug en vleugels, gele onderrug en een rode kruin (mannetje en vrouwtje). Ze hebben een kleverige tong die liefst tien centimeter kan uitsteken, zelfs voor een specht een heel eind. Daarmee haalt de groene specht zijn dagelijkse kost op: een flinke portie mieren die hij op de grond zoekt. 

De groene specht roffelt zelden en doet dit zacht, snel en onregelmatig en maakt meer een giechelend geluid.
Zijn territoriumroep is daarentegen opvallend en luid, vooral dat van het mannetje. Deze klinkt als een luide lange hinnikende lach. Tijdens het landen laat de groene specht vaak een scherp kjak horen en bij verstoring of bedreiging een serie vergelijkbare geluiden die klinkt als kjuk-kjuk-kjuk-kjuk.

Voor zijn nestholte kiest hij een eerder gebruikte nest- of slaapholte of een verlaten holte van andere spechten. Wanneer de groene specht zelf een nestholte uithakt kiest hij bij voorkeur een boom met vermolmd hout uit. Het uithakken van de nestholte gebeurt voornamelijk door het mannetje en neemt 15 tot 30 dagen in beslag.

Zwarte specht  Dryocopus martius

Zwarte specht
Foto Karel Noy

De zwarte specht is de grootste specht in Europa. Een volwassen zwarte specht heeft doorgaans een lichaamslengte tussen de 45 en 55 centimeter, met een maximum van 57 centimeter.

De zwarte specht heeft een vrijwel geheel zwart verenkleed, met uitzondering van een hardrode tekening op het bovenzijde van de kop. Dankzij de rode koptekening is het geslacht eenvoudig te bepalen. Bij mannetjes begint de tekening vanaf het voorhoofd en loopt taps toe tot bijna in de nek. Bij vrouwtjes is alleen de kruin rood gekleurd.

Net als de meeste spechten communiceert de zwarte specht ook door middel van geroffel op hout. Dit dient om indringers te waarschuwen als ze de grens van het territorium naderen en om contact te maken met de partner ter versterking van de onderlinge band.
Het mannetje gebruikt hiervoor meestal dezelfde boom, die zich vaak meer dan een kilometer van de nest- of slaapholte bevindt. De zeer luide, regelmatige roffel van het mannetje is langzamer dan die van de meeste andere spechten. Doorgaans duurt een roffel twee tot drie seconden. 
Het vrouwtje roffelt aanzienlijk minder vaak dan het mannetje en doet dit langzamer, korter en minder luid. Zij heeft hiervoor geen vaste boom. 

Elk jaar hakt een koppel zwarte spechten een nieuwe nestholte uit. Het duurt doorgaans vier weken voor een nest gereed is.  

Bronnen:

Plaats een reactie