Eekhoorn

Eekhoorn
Foto: Karel Noy

Nu het voorjaar opbloeit zien we de eekhoorn weer steeds meer in het bos scharrelen en in de bomen springen en klimmen.

De gewone of rode eekhoorn, Scularis vulgaris, is de soort die in Nederland voorkomt.  
De grootste kans om eekhoorns te zien is in het bos ’s ochtends vroeg of laat in de middag.

Herkenning

De eekhoorn is 20 tot 28 centimeter lang en 250 tot 350 gram zwaar. De borstelige pluimstaart is 15 tot 20 centimeter lang. Het is een alleseter, die tot de knaagdieren behoort.
De dieren zijn roodbruin met een witte buikzijde, ’s winters meer grijzig donkerbruin. De vachtkleur kan variëren van zwart tot gelig, met allerlei tinten rood en bruin daartussen. De kleur wordt ook grijsachtiger naarmate de eekhoorn ouder wordt.
De oorpluimen vallen vooral in de winter op. De eekhoorn heeft grote ronde ogen, lange teentjes met scherpe nagels en kan de haren op de pluimstaart opzetten.

Eekhoorn
Foto: Saxifraga – Mark Zekhuis

Leefwijze

Eekhoorns leven solitair, vooral hoog in de bomen. Ze leven meest in naaldbossen of in gemengde bossen waarin ook naaldbomen groeien. Ook in parken en tuinen komen ze voor.  

De eekhoorn is een dagdier en is voornamelijk na zonsopgang en vlak voor zonsondergang actief.
’s Winters laat hij zich alleen ’s ochtends zien.

Met zijn lange, gekromde klauwen kan hij makkelijk in bomen klimmen en van tak naar tak springen. Tijdens een sprong spreidt hij zijn ledematen, waarbij de losse huid op de flanken het dier helpt in de lucht te blijven. Ze gebruiken hun staart om te sturen en om in evenwicht te blijven. Als het regent gebruikt de eekhoorn zijn staart gewoon als paraplu.
Ook kan de eekhoorn goed zwemmen.

Ze maken veel verschillende geluidjes. Jonge eekhoorns maken piepgeluiden, de volwassen dieren grommen, jammeren en kunnen zelfs kakelen.

De eekhoorn eet voornamelijk plantaardig materiaal zoals noten en zaden van sparren en pijnbomen. Daarnaast eet hij knoppen, paddenstoelen, stukken boomschors en soms dierlijk materiaal, als insecten, eieren en zelfs jonge vogels. Hij eet ook aarde om mineralen binnen te krijgen.
Ze verzamelen hun voedsel zowel in de bomen als op de grond.
De eekhoorn eet dagelijks vijf procent van zijn lichaamsgewicht aan voedsel.

Net als veel andere knaagdieren leggen eekhoorns in de herfst wintervoorraden op verschillende plaatsen aan. Dit verstoppen ze onder blaadjes en wat aarde.

De eekhoorn houdt geen winterslaap, maar wel een winterrust. Op gure dagen houdt hij zich in zijn nest verborgen, op betere dagen bezoekt hij ’s ochtends zijn wintervoorraad.

Eekhoorn
Foto: Saxifraga-Luc Hoogenstein

De eekhoorn bouwt hoog in de bomen nesten om zich te beschermen tegen boommarters, haviken en vossen. Ze maken vaak gebruik van oude nesten van andere eekhoorns. Een eekhoornnest is rond en is vlak bij de boomstam gemaakt op een hoogte van 5 tot 6 meter. Eén nest is niet voldoende voor een afdoende bescherming, daarom maken ze een hoofdnest, een slaapnest en een vluchtnest.
De buitenste zijde van het nest wordt gemaakt van twijgen, en de binnenzijde wordt bekleed met mos en gras.

Voortplanting

De eekhoorn plant zich voort tussen december en februari en nog eens in mei en juni. In deze periode achtervolgt het mannetje het vrouwtje uitmondend in een paring.
Ter bescherming van de jongen na hun geboorte bouwen eekhoorns een steviger nest dan normaal. Na een draagtijd van vijf weken worden de jongen geboren. Per worp krijgt een vrouwtje één tot acht jongen (gemiddeld drie). De jongen zijn bij de geboorte tien tot vijftien gram. Na de geboorte van de jongen wordt het mannetje niet meer in en bij het nest geduld.
Alleen het vrouwtje zorgt voor de jongen, de jonge eekhoorntjes krijgen melk van de moeder tot ze tien weken oud zijn. Bij verstoring draagt het vrouwtje de jongen uit het nest.
Na drie maanden worden de jongen uit het territorium verstoten en moeten zij zelf opzoek naar een eigen leefgebied. Na tien maanden zijn de jonkies volwassen en klaar om zich voort te planten.

Bedreigingen

De natuurlijke vijanden van de eekhoorn zijn de boommarter en havik en de vos op de grond. Vooral jonge, net zelfstandige eekhoorns vallen aan hen ten prooi.
In het verkeer vallen ook veel slachtoffers. Hoewel ze snel kunnen rennen, hebben ze de neiging bij het oversteken van de weg, wanneer er gevaar dreigt, stil te gaan zitten ‘als een bolletje’.

De populatiegrootte is sterk afhankelijk van de hoeveelheid aanwezig voedsel. Na een matige zomer en herfst sterven vele eekhoorns in de winter. Het jaar daarna neemt de vruchtbaarheid aanzienlijk af waardoor de populatie kleiner wordt en langzaam over meerdere jaren pas hersteld.

Bronnen

Plaats een reactie