Bosuil

Bosuil – foto: Karel Noy

Middelgrote uil met opvallende ronde kop en donkere ogen. Jaagt alleen ’s nachts en slaapt overdag in holle bomen of tegen boomstronken en ook te zien in het Beekdal.
Komt voor in loof- en naaldbossen, parken en tuinen met oude bomen. Loofbossen vormen de belangrijkste biotoop, maar bosuilen zoeken ook vaak het landelijk gebied op, mits er voldoende bosjes en oude bomen zijn. Bosuilen gebruiken die bomen als uitkijkposten om naar prooien te speuren en om in te broeden.

Bosuil – foto: Toine de Leeuw

De bosuil is een typische nachtvogel die op verschillende diersoorten jaagt, voornamelijk kleine knaagdieren. Bosuilen jagen door zich van een tak te laten vallen om geruisloos hun prooi te grijpen. De gevangen prooi slikken ze meestal in zijn geheel door. In stedelijke gebieden bestaat het dieet ook uit kleine vogels.  Hun gezichtsvermogen en goede gehoor maken bosuilen uitstekende jagers.

De bosuil is zeer territoriaal. Veel jonge bosuilen verhongeren als ze geen geschikt territorium kunnen vinden zodra de ouderlijke zorg stopt.
Veel mensen denken dat deze uil een uitzonderlijk nachtzicht heeft maar zijn netvlies is niet gevoeliger dan dat van een mens. De asymmetrisch geplaatste oren en het uitstekende directionele gehoor zijn de sleutel tot zijn jachtsucces. Door de karakteristieke roep associëren we bosuilen vaak met pech en dood.

Kenmerken

De bosuil (Strix aluco) is een stevig gebouwde, middelgrote uilensoort die zich meestal in dichte bossen ophoudt.
De bosuil is ongeveer zo groot als een kraai en heeft een gedrongen lichaam met een grote ronde kop en met grote, brede vleugels.

Bosuil – foto: Hans Klaasen

De bosuil is 37 tot 43 cm lang en heeft een spanwijdte van 80 tot 95 cm. Het vrouwtje weegt 553 g en is gemiddeld 110 g zwaarder dan het mannetje, het is een middelgrote uil.
Het lijf is relatief plomp; de kop groot en rond.

De kleur van het verenkleed is variabel. Er zijn drie kleurvarianten: grijs, donkerbruin en roestrood. Bij al deze kleurvormen komen lengtestrepen op het verenpak voor. De schouders en vleugels zijn getekend met witte druppels.
De gezichtssluier is meestal lichter, soms met enkele donkere concentrische ringen. De ogen zijn zwart en er zijn geen pluimen op de kop. De kruin is donker, afgezet met lichte banden (“wenkbrauwen”).

Leefwijze

Bosuil
foto’s: Karel Noy

Bosuilen komen algemeen voor in bossen, parken en tuinen. Bosuilen jagen vrijwel alleen in de schemering en ’s nachts. Overdag houden de vogels zich schuil in de top van een boom. Overdag zijn ze soms te zien als kleine vogels de bosuilen proberen te verjagen.

Het voedsel is zeer gevarieerd. Deze uil eet voornamelijk muizen en andere kleine zoogdieren, maar bij afwezigheid daarvan (vooral in steden) eten ze vooral vogels. Ook regenwormen, grote insecten, amfibieën, reptielen en zelfs vissen staan op het menu.

De onverteerbare delen van zijn prooien braken ze uit in de vorm van braakballen.

Braakbal

De maag van de uil bestaat uit twee delen: de spiermaag en de kliermaag. Vertering van het voedsel gebeurt in de kliermaag. In de spiermaag die erboven ligt, komen de botjes en de haren die niet te verteren zijn. Hier wordt alles samengeperst tot een braakbal, die ze later weer uitgebraken. De uilen produceren zo’n 1 à 2 braakballen per dag, maar dit is afhankelijk van hoeveel ze gegeten hebben.

Voortplanting

De broedperiode is van februari tot juni. Bosuilen beginnen soms al te baltsen (paringsgedrag) in december. Als bosuilen druk aan het baltsen zijn doen ze dat met een duet. Manlief roept oe-oe-oe-oeh in teder tremolo, en zijn vrouw antwoordt met een helder ku-wik, ku-wik. Wil je dat graag een keer horen, maak dan eens een avondwandeling de komende weken.

Soms zijn er al in februari nesten gevuld met eieren te vinden.
Het vrouwtje legt 1 tot 6, meestal echter 2 tot 4 eieren die na ongeveer 1 maand broeden uitkomen.

Jonge bosuil – foto: Saxifraga Martin Mollet

De jongen blijven ca. 31 dagen in het nest, maar gaan dan al vroeg op ontdekking uit in de takken rondom het nest. Daarna blijven ze meestal ongeveer 3 maanden in het territorium van de ouders voordat ze hun eigen territorium gaan zoeken.
Bosuilenpaartjes blijven elkaar het hele leven trouw en blijven dan ook hun hele leven bij elkaar. Pas als er een van de twee doodgaat, gaan ze op zoek naar een ander.

Vliegende bosuil – bron: Bosuil bij nacht

Vogeltrek

Uitgesproken standvogel en langdurige paarband. Een paartje bosuilen verblijft heel het jaar in hun territorium. Afstoten van de jongen gebeurt vanaf de herfst. Deze vestigen zich meestal binnen een straal van 50 km van de geboorteplaats.

Bron:

  • Nature Today
  • Wikipedia
  • Foto’s
    • Bosuil bij nacht
    • Saxifraga
    • Karel Noy

Plaats een reactie