Bever in de Jufferswaard

Bever in Jufferswaard  – foto Karel Noy

De bever, Castor fiber, is een van de grootste knaagdieren van Europa en komt voor in Europa en Noord-Azië.

De bever heeft een brede, geschubde, horizontaal afgeplatte staart. De poten zijn vrij kort. De achterpoten hebben zwemvliezen. De kop is stomp en de oren en ogen zijn klein. De neus en oren kunnen worden afgesloten bij het zwemmen. Ook zit er in de wang een stuk weefsel wat de mond afsluit als het dier onder water knaagt.
Hij heeft een paar sterke oranje tanden die altijd doorgroeien. De vacht is geelbruin tot zwart van kleur. De meest algemene kleur is rossig bruin. 
De bever heeft een lengte van ongeveer 75 tot 90 centimeter en een lichaamsgewicht van 23 tot 38 kilogram.[3] De staart is 28 tot 38 centimeter lang.

Bevers leven in kleine familiegroepen in de buurt van water. Meestal leven er zo’n vijf of zes bevers in een groep, bestaande uit een volwassen paartje en hun jongen van de twee laatste worpen. Jongen blijven zo’n twee jaar in een familiegroep.
Bij gevaar slaat een bever met zijn staart op het wateroppervlak om zijn soortgenoten te waarschuwen. De staart gebruiken ze ook voor het aanplempen van modder.
Bevers verraden hun aanwezigheid door de aanwezigheid van omgevallen bomen, bomen waarvan de schors is afgeschild, ondiepe kanalen en een burcht in het water. 

Beversporen in de Jufferswaard

Bevervraatsporen  met daarnaast beverglijbaan – Jufferswaard – Foto Lambert van Gils
Pootafdruk bever – Jufferswaard  – foto Lambert van Gils

Burchten

Bevers bouwen een burcht, bestaande uit een holle berg takken, bevindt zich boven water. De ingang van de burcht bevindt zich onder water en is daarmee onbereikbaar voor roofdieren. De burcht heeft meerdere kamers, een ‘natte kamer’, waar de bever het water uit zijn vacht schudt, en een droge nestkamer met houtsnippers op de vloer.
Om te rusten maken ze in de zomer vaak gebruik van een leger: een ondiep kuiltje aan de oever onder struiken of andere dichte begroeiing met platgelegde vegetatie of houtsnippers.

Dammen

Bevers leggen soms dammen en kanaaltjes tot zo’n 150 meter lang aan. Daarmee is de waterhoogte in de omgeving van de burcht te regelen, zodat dit constant op dezelfde hoogte blijft en de burcht niet onder water loopt. Ook wordt hierdoor het foerageer gebied vergroot.  Het bouwmateriaal van bevers bestaat uit stammen, takken, houtsnippers, modder en stenen. Bevers kunnen 100 cm dikke bomen vellen, een 25 centimeter dikke boom doorknagen doen ze in minder dan vier uur.
‘s Winters bevriest het water, waardoor bevers niet naar boven kunnen om te ademen. Om toch te kunnen ademen maken ze dan een gat in de dam zodat het water wegstroomt. Het water maakt zo plaats voor lucht.

Levenswijze

De bever is een dagdier, in gebieden waarin hij regelmatig verstoord wordt is hij hoofdzakelijk ’s nachts actief. In onverstoorde gebieden laat hij zich voornamelijk ’s ochtends zien. Bevers zijn goede zwemmers. De bever kan tot vijftien minuten onder water blijven, een duik duurt meestal vijf à zes minuten.

De bever heeft een zeer uitgebreid strikt vegetarisch menu. ’s Zomers eet hij kruiden, bloemen, jonge scheuten van waterplanten, grassen en wortels. Hij eet ook alle delen van bomen en struiken. Hij heeft een voorkeur voor wilg, populier en ratelpopulier. De schors van de stam knaagt hij af met zijn vlijmscherpe tanden. Zijn tanden groeien almaar door, ze slijten door de tanden te gebruiken als gereedschap voor het neerhalen van bomen en het eten van schors. Ook gebruiken ze hun tanden voor het al zwemmend takken te verslepen. De kaalgevreten takken gebruiken ze bij de bouw van hun burcht en een dam. ’s Winters eet hij meer twijgen en schors, ’s zomers meer groene plantendelen.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is image-10.png

In tegenstelling tot de meeste andere knaagdieren houdt de bever ’s winters geen winterslaap. In de herfst legt de bever een voedselvoorraad aan, bestaande uit takken en stammen van kleine bomen. Deze verankert hij onder water, in de buurt van de ingang. Het koude water houdt de voedingswaarde van de schors langer goed.

Bedreigingen

Bevers worden meestal zeven of acht jaar oud, ze kunnen tot wel vijfentwintig jaar oud worden. Hun belangrijkste natuurlijke vijanden zijn grote roofdieren, voornamelijk de wolf. Andere belangrijke doodsoorzaken zijn verhongering, verdrinking (in de winter, als het water plotseling stijgt en de dieren niet kunnen ontsnappen door het ijs) en auto-ongelukken.

Bever uit de Jufferswaard – foto Lambert van Gils

Bronvermeldingen:

  • Wikipedia
  • https://www.beversvandejufferswaard.blogspot.com
  • Karel Noy fotografeert de Jufferswaard

2 gedachten over “Bever in de Jufferswaard”

Plaats een reactie